Zwemtechnieken

Zwemtechnieken

Zoals bij iedere sport zien we ook bij het zwemmen dat er tal van manieren zijn om je door het water te bewegen. Welke techniek het beste bij je past is afhankelijk van je zwemniveau, je bouw en je ambities.

Schoolslag

De schoolslag is de meest eenvoudige en meest traditionele zwemslag. Bij de slag strekken de armen vanuit een gebogen positie gelijktijdig uit naar voren, om vervolgens naar de zijkant uit te waaieren. De benen maken een openende en sluitende beweging.

Voordeel van de techniek is dat hij niet veel energie hoeft te kosten en je hoofd tijdens het zwemmen boven water blijft. In het zwembad zien we dat deze slag voornamelijk door amateur zwemmers en door ouderen wordt beoefend. Voor velen van hen is zwemmen een sociale aangelegenheid en dus is de schoolslag ideaal, omdat er bij gekletst kan worden. Wordt de slag echter op tempo uitgevoerd, dan kan het een flinke workout zijn.

Borstcrawl

De borstcrawl vereist flink wat training en uithoudingsvermogen. Het is de snelste zwemslag en wordt dan ook gebruikt in sporten waarin snelheid belangrijk is, zoals waterpolo en wedstrijdzwemmen. De beenslag die hoort bij borstcrawl bestaat uit het flipperen met de voeten, waardoor het onderlichaam omhoog blijft. De armen duiken één voor één het water in, de ellebogen zijn gebogen en je trekt jezelf als het ware door het water heen.

Vlinderslag

De vlinderslag bestaat nog niet zo lang en wordt maar door weinig mensen beoefend, omdat hij veel oefening vereist en behoorlijk wat kracht kost. Het is de op één na snelste zwemslag en de enige slag waarbij de rug actief gebruikt wordt. De slag komt voort uit de klassieke schoolslag, wat te zien is aan de armbeweging. Bij de vlinderslag echter beweegt het gehele lichaam in een golfbeweging op en neer. De borst komt hierbij een stuk boven het water uit en de armen duiken gelijktijdig in en uit het water. De zwemslag is vanwege de intensiviteit niet geschikt voor lange afstanden.

Rugcrawl

De rugcrawl is de snelste slag van alle rugslagen. Je ligt hierbij horizontaal, met je gezicht naar het plafond en ziet dus niet waar je heengaat. Net als bij de borstcrawl is de stuwende functie van de benen belangrijk. De handen gaan één voor één langs het lichaam door het water heen. Om je lichaam in balans te houden is een goede beenslag nodig.

Lees ook:

recreatief zwemmen
wedstrijd zwemmen
Nederlandse zwemmers
Olympische spelen