Vragen en antwoorden trainer wedstrijdzwemmen B

Begeleiding

1. Welke drie verschillende doelen kun je stellen?

Je kunt de volgende doelen stellen:

  • prestatie doelen
  • resultaat doelen
  • doe je best doelen

Ik wil de 100m rugcrawl in 1.10 zwemmen
Ik wil tijdens de Kring Kampioenschappen goud halen
Ik ga zo hard mogelijk zwemmen op de 100m rugcrawl

2. Welke van bovengenoemde doelen is het beste om mee te werken?

Met wedstrijdzwemmers kun je het beste werken met prestatiedoelen. Deze doelen zijn concreter dan doe je best doelen en zijn eenvoudiger toepasbaar dan resultaatdoelen. Resultaatdoelen hebben als nadeel dat het resultaat niet alleen in handen ligt van de sporter maar ook de tegenstanders hebben invloed op het wel of niet halen van het doel.

3. Waaraan moet een doel voldoen?

Een doel moet reëel en uitdagend zijn.

4. Waar of niet waar?

Korte termijndoelen zijn voor jonge kinderen geschikter dan lange termijn doelen.
Waar!

Ik moet eerst een duidelijke beginsituatie hebben voordat ik een doel stel.
Waar!

5. Waarom is het van belang om een precompetitie aandachtsplan te hebben?

Wanneer een zwemmer geen precompetitieplan hanteert kan de omgeving voor veel afleiding zorgen. Met een precompetitieplan kan de aandacht gestuurd worden en gaat geen energie verloren aan afleiders.

6. Wat is centeren?

Centeren is een techniek die de sporter leert omgaan met afleidingen. De aandacht gaat weg van afleiders, de sporter leert zich in korte tijd te 'hernemen'. Alle aandacht wordt gericht op de verrichten prestatie. (aandacht richten op punt in de buik, net iets achter de navel)

7. Wat is feedback?

Feedback is het terugkoppelen van informatie over prestaties of gedrag van een sporter.

8. Ik vind jou vandaag een beetje lastig. Wat voor boodschap is dit?

Dit is een ik-boodschap. Als jij-boodschap zou het zij: Jij bent vandaag lastig!!

9. Aan welke voorwaarden dient feedback te voldoen?

10. Wat versta jij onder topsport?

Dit antwoord kan nooit fout zijn, het is immers een eigen mening, maar het is wel belangrijk je te realiseren wat jij er nu precies onder verstaat.

11. Noem enkele kenmerken van opbouwtraining (11-14 jaar)

Enkele kenmerken van opbouwtraining zijn:

12. Welke gegevens neem jij op tijdens een 100m race (25m bad), waarom en wat doe je er mee?

Tijdens een 100m race zijn de volgende gegevens interessant:

Met deze gegevens kan ik de raceverdeling beoordelen. daarnaast kan ik zien hoe de slagfrequentie zich tijdens de race ontwikkeld.

13. Welke gegevens neem jij op tijdens een 400m race (25m bad)?

Met deze gegevens kan ik de raceverdeling beoordelen. daarnaast kan ik zien hoe de slagfrequentie zich tijdens de race ontwikkeld.

© Zweminfo.nl