Vragen en antwoorden trainer wedstrijdzwemmen B

Techniek

1. Vertel in het kort wat de derde wet van Newton inhoudt.

De derde wet van Newton is het actie-reactie principe. Dit houdt in dat de actie in de tegengestelde richting van de lichaam dient plaats te vinden. Je wilt naar voren zwemmen, dus moet je naar achteren duwen. Hoe krachtiger de actie wordt uitgevoerd, hoe sneller het lichaam voort wordt bewogen.

2. Welke andere twee stuwingsprincipes kennen we naast deze wet van Newton?

Naast het actie-reactie principe kennen we het stuwingsprincipe van Bernouilli en het stilstaand water principe.

3. In welke fase van de schoolslagarmslag is er met name sprake van liftwerking?

Tijdens de duwfase (insweep) bij de schoolslagarmslag is er vooral sprake van liftwerking. Dus het principe van Bernouilli.

4. In de cursus wordt de doorhaal volgens de methode Maglisho beschreven met sweeps. Welke vier sweeps kennen we?

Maglisho onderscheidt de volgende bewegingen:

5. Wat zijn de voor- en nadelen van adembeperking bij borstcrawl?

Het voordeel van adembeperking bij borstcrawl is dat er minder frontale weerstand ontstaat. Het hoofd blijft immers stil in het water. Daarnaast blijft het ritme van de beenslag constant. Bij veel zwemmers wordt door het ademen immers de beenbeweging even onderbroken.

Het nadeel van adembeperking bij borstcrawl is dat er minder zuurstof opgenomen kan worden. Vooral op de lange afstanden kan dit probleem ontstaan. Waarschijnlijk is het verstandig om op de korte afstanden wel adembeperking toe te passen en op de langere afstanden niet.

Veel zwemmers hebben overigens wel baat bij een bi-laterale ademhaling. Hierdoor liggen ze vaak stabieler in het water.

6. Wat is de gedachte achter het zijwaarts ademen bij vlinderslag?

De gedachte achter het zijwaarts ademen is dat met deze wijze van ademen het lichaam/schouder en hoofd minder uit het water getild hoeven worden. Hierdoor kan het lichaam als geheel vlakker in het water liggen en ontstaat er minder frontale weerstand.

In de praktijk blijkt echter dat maar erg weinig zwemmers baat hebben bij deze vorm van ademen. Zij tillen schouders en hoofd namelijk ook met zijwaartse ademhaling hoog op omdat er nou eenmaal een beperking in de nek zit en er niet zomaar met het hoofd 90 graden opzij gedraaid kan worden met de schouders evenwijdig aan het wateroppervlak.

7. Waarom is het bij de rugcrawl van groot belang dat de schouders sterk roteren?

Als er bij de rugcrawl niet geroteerd wordt met de schouders dan is er vaak sprake van een te lage ligging in het water. Met een te lage ligging is er sprake van teveel frontale weerstand.
Een hoge ligging vermindert de weerstand. Bovendien kan met behulp van de schouderrol de doorhaal dichter langs het lichaam en met gebogen arm worden uitgevoerd. Zonder schouderrol zouden de handen tijdens de doorhaal boven water komen.

8. Geef een aantal (vier) verschillen tussen de vlakke en moderne golfschoolslag aan.

Vlak

  • benen intrekken (knieën naar beneden)
  • langzame contrafase van armen
  • schouders komen nauwelijks uit water
  • hoofd zakt na ademen terug in water
  • langzame contrafase benen
  • uitdrijven

Golven

  • benen optrekken (knieën naar achteren)
  • snelle contrafase van de armen (inertie!!)
  • schouders/hoofd meer uit het water bij ademen
  • hoofd wordt tijdens ademen naar voren geduwd
  • snelle contrafase benen
  • met overlapping

9. Welke fase van de borstcrawlbeenslag is stuwend?

De downbeat is stuwend, de upbeat is de contrabeweging.

10. Welke fase van de rugcrawlbeenslag is stuwend?

De upbeat is stuwend, de downbeat is de contrabeweging.

11. Welke vier aandachtspunten kun je geven bij het verbeteren van armstuwing?

Vier aandachtspunten bij het verbeteren van stuwing zijn:

12. Welke weerstanden kennen we?

We kennen de volgende weerstanden:

13. Hoe kun je aan de hand van zwemsnelheid en slagfrequentie de slaglengte uitrekenen?

Als je de zwemsnelheid en de slagfrequentie van een zwemmer weet dan kun je de slaglengte als volgt uitrekenen:

Neem de tijd op die de zwemmer nodig heeft om 10m in het midden van het bad (zuivere zwemsnelheid) te overbruggen. Bijvoorbeeld 6sec.

60sec:6=10 10x10m + 100m per minuut

Met behulp van een slagfrequentiemeter wordt de slagfrequentie bepaalt. Deze is bijvoorbeeld 40 slagen/minuut.

Nu wordt 100m gedeeld door 40, 100 : 40 = 2,50m per cyclus.

14. Bij welke borstcrawl is de slagfrequentie vaak het hoogst: De Australische of de Amerikaanse borstcrawl?

Bij de Australische borstcrawl (2:2) ligt de slagfrequentie vaak het hoogst. Bij deze slag wordt vaak geen glijfase uitgevoerd. Bovendien hoeven de armen niet te 'wachten' op de benen. Bij de Amerikaanse borstcrawl wordt met de armen wel een glijfase uitgevoerd. Hierdoor daalt de frequentie van bewegen.

15. Waarom is de rugcrawl langzamer dan de borstcrawl?

De rugcrawl is langzamer dan de borstcrawl omdat:

16. Bij vlinderslag en schoolslag wordt naast de gebruikelijke drie stuwingprincipes ook gebruik gemaakt van een ander principe om vooruit te komen. Welke is dit en hoe werkt het?

Bij deze twee slagen wordt ook gebruik gemaakt van het inertieprincipe. Snelheid van armen en hoofd wordt aan het einde van de contrafase overgebracht op het lichaam.

© Zweminfo.nl