De derde wet van Newton is het actie-reactie principe. Dit houdt in dat de actie in de tegengestelde richting van de lichaam dient plaats te vinden. Je wilt naar voren zwemmen, dus moet je naar achteren duwen. Hoe krachtiger de actie wordt uitgevoerd, hoe sneller het lichaam voort wordt bewogen.
Naast het actie-reactie principe kennen we het stuwingsprincipe van Bernouilli en het stilstaand water principe.
Tijdens de duwfase (insweep) bij de schoolslagarmslag is er vooral sprake van liftwerking. Dus het principe van Bernouilli.
Maglisho onderscheidt de volgende bewegingen:
Het voordeel van adembeperking bij borstcrawl is dat er minder frontale weerstand ontstaat. Het hoofd blijft immers stil in het water. Daarnaast blijft het ritme van de beenslag constant. Bij veel zwemmers wordt door het ademen immers de beenbeweging even onderbroken.
Het nadeel van adembeperking bij borstcrawl is dat er minder zuurstof opgenomen kan worden. Vooral op de lange afstanden kan dit probleem ontstaan. Waarschijnlijk is het verstandig om op de korte afstanden wel adembeperking toe te passen en op de langere afstanden niet.
Veel zwemmers hebben overigens wel baat bij een bi-laterale ademhaling. Hierdoor liggen ze vaak stabieler in het water.
De gedachte achter het zijwaarts ademen is dat met deze wijze van ademen het lichaam/schouder en hoofd minder uit het water getild hoeven worden. Hierdoor kan het lichaam als geheel vlakker in het water liggen en ontstaat er minder frontale weerstand.
In de praktijk blijkt echter dat maar erg weinig zwemmers baat hebben bij deze vorm van ademen. Zij tillen schouders en hoofd namelijk ook met zijwaartse ademhaling hoog op omdat er nou eenmaal een beperking in de nek zit en er niet zomaar met het hoofd 90 graden opzij gedraaid kan worden met de schouders evenwijdig aan het wateroppervlak.
Als er bij de rugcrawl niet geroteerd wordt met de schouders dan is er vaak sprake van een te lage ligging in het water. Met een te lage ligging is er sprake van teveel frontale weerstand.
Een hoge ligging vermindert de weerstand. Bovendien kan met behulp van de schouderrol de doorhaal dichter langs het lichaam en met gebogen arm worden uitgevoerd. Zonder schouderrol zouden de handen tijdens de doorhaal boven water komen.
Vlak
|
Golven
|
De downbeat is stuwend, de upbeat is de contrabeweging.
De upbeat is stuwend, de downbeat is de contrabeweging.
Vier aandachtspunten bij het verbeteren van stuwing zijn:
We kennen de volgende weerstanden:
Als je de zwemsnelheid en de slagfrequentie van een zwemmer weet dan kun je de slaglengte als volgt uitrekenen:
Neem de tijd op die de zwemmer nodig heeft om 10m in het midden van het bad (zuivere zwemsnelheid) te overbruggen. Bijvoorbeeld 6sec.
60sec:6=10 10x10m + 100m per minuut
Met behulp van een slagfrequentiemeter wordt de slagfrequentie bepaalt. Deze is bijvoorbeeld 40 slagen/minuut.
Nu wordt 100m gedeeld door 40, 100 : 40 = 2,50m per cyclus.
Bij de Australische borstcrawl (2:2) ligt de slagfrequentie vaak het hoogst. Bij deze slag wordt vaak geen glijfase uitgevoerd. Bovendien hoeven de armen niet te 'wachten' op de benen. Bij de Amerikaanse borstcrawl wordt met de armen wel een glijfase uitgevoerd. Hierdoor daalt de frequentie van bewegen.
De rugcrawl is langzamer dan de borstcrawl omdat:
Bij deze twee slagen wordt ook gebruik gemaakt van het inertieprincipe. Snelheid van armen en hoofd wordt aan het einde van de contrafase overgebracht op het lichaam.
© Zweminfo.nl