KNZB RUGCRAWLDAG

 

WORKSHOP: “De oefenstof is een middel en geen doel op zich.”

Door: Roald van der Vliet

 

 

Roald van der Vliet is in dagelijks leven werkzaam als docent zwemmen aan de Fontys Sporthogeschool Tilburg (academie lichamelijke opvoeding).

In het middelbaar onderwijs is hij actief als docent lichamelijke opvoeding.

Hij studeert binnenkort af aan de Universiteit Maastricht, afstudeerrichting Bewegingswetenschappen.

Voor de KNZB werkt Roald als docent voor cursussen zwemtrainer A en B.

Bij zwemclub Njord  Veldhoven geeft hij zwemtraining.

Een aantal weken geleden werd mij gevraagd om tijdens de rugcrawldag een zinvolle bijdrage te leveren.

Tijdens mijn studie aan de academie voor lichamelijke opvoeding en ook in mijn studie bewegingswetenschappen aan de Universiteit Maastricht heeft het motorisch handelen vaak centraal gestaan.

Vandaag staat de motorische handeling rugcrawl centraal die ik zal proberen uit te werken door middel van oefenstof.

 

 

 


 

 



 

Het dagelijks leven vraagt te handelen en vaak gebeuren die handelingen zonder dat we daarover eerst nadenken.

De bewegingen gaan “vanzelf”.

Het jonge schoolkind loopt al hard en denkt tijdens het rennen niet na over de techniek van het lopen.

Tijdens de zwemles moet datzelfde kind heel actief zijn om op de juiste manier te bewegen.

Later wanneer dat kind  aan zwemwedstrijden deelneemt heeft het de beweging zo eigen gemaakt dat het automatisch gaat.

 

Wanneer we bovenstaand verhaal goed lezen is het zaak de rugcrawl op de juiste manier in te slijpen.

 

Dat inslijpen moet systematisch gebeuren.

U moet proberen om de oefenstof van de rugcrawl trapsgewijs, doelgericht en planmatig aan te bieden om daarmee de vaardigheid van de zwemmers te vergroten.

In de trainer-A cursus heeft u geleerd hoe dat aan te pakken en ik zal dat vandaag herhalen aan de hand van een model.

Het model heet het D.A. model van VAN GELDER.

 

Didactisch analyse model van Gelder.

Beginsituatie

Doelstelling

Onderwijsleerstof

Didactische werkvormen

Organisatie

Onderwijsleermiddelen

 

 

Beginsituatie

        

De beginsituatie is op alle prestatiebepalende factoren van toepassing.

(zie workshop Patrick Tummers)

Om de beginsituatie op het gebied van de coördinatie vast te stellen moeten we eerst een beeld hebben van de meest ideale techniek van zwemmen.

De meest ideale techniek van zwemmen is voor ons te achterhalen door de literatuur die er is te lezen en eventueel door de zwemtechniek van coryfeeën als bijvoorbeeld Klaas-Erik Zwering of Lenny Krayzelburg te analyseren.

 

De beginsituatie van de techniek moeten we dus vaststellen met in gedachte de ideale techniek die de zwemmer later moet beheersen.

 

 

 

Beginsituatie

Uw Pupil

                                                     

Doelstelling

ÔÔÔ

                                                                                 foto: Lenny Krayselburg (wereldtop rugcrawl)

 

 

De beginsituatie is vastgesteld en het einddoel is vastgesteld.

 

Doelstelling

 

 

Nu gaan  we bepalen hoe we onze zwemmer  dichter naar de ideale techniek kunnen brengen.

We moeten dat planmatig  en trapsgewijs doen:

We kunnen niet alles ineens verbeteren!

 

De doelstelling kan dus niet zijn aanleren en verbeteren van de rugcrawl.

We moeten binnen de techniek expliciet het te verbeteren onderdeel benoemen.

 

In de cursus trainer-A wedstrijdzwemmen heeft u geleerd dat de slagen beschreven kunnen worden met behulp van een ralabca formulier.

 

R =       reglement

A=        Algemeen

L=        ligging

A=        armslag

B=        beenslag

C=        combinatie

A=        Ademhaling

 

De armslag is onderverdeeld in:

 

1.        Insteek

2.       Glij

3.       Trek

4.       Duw

5.       Uithaal

6.       Overhaal

 

Om nu de doelstelling  (stap 2 in het D.A. model) aan te geven van mijn training moet ik:

 

1.        Observeren wat mijn pupil zwemmer fout doet aan de insteek van de rugcrawl t.o.v. de ideale techniek.

2.       Vervolgens moet u de doelstelling concreet beschrijven.

 

 

Voorbeeld.

 

Beginsituatie: “Mijn pupil steekt niet met de pink in.”

 

Doelstelling:           Aan het einde van de training moet mijn pupil tijdens het zwemmen van de armslag rugcrawl met de pink insteken

 

 

Onderwijsleerstof

 

De onderwijsleerstof moet goed aansluiten op de beginsituatie van uw zwemmer en bij de doelstelling passen.

We moeten weten waarom we bepaalde oefeningen doen en waarvoor ze dienen.

 

v      We moeten ervoor waken dat we niet variëren om te variëren

 

v      We moeten ervoor waken dat we geen didactische disjockey worden

 

v      We moeten oppassen dat we niet eerst een oefening verzinnen en dan na lang denken het nut van de oefening verzinnen

 

v      We moeten ervoor waken dat we niet bij alle oefeningen antwoorden dat de oefening dient voor de verbetering van de algemene bewegingsvaardigheid

 

v      We moeten ervoor waken dat we helder houden dat het doel van een wedstrijdzwemmer is elke training beter te worden

 

 

Didactische werkvormen

 

Didactische werkvormen wil zeggen;

Op welke manier ga ik dat zwemmen aanleren.

Wat doe ik?

 

v      Doe ik het zelf voor

v      Laat ik het voor doen

v      Leg ik alles met woorden uit

v      Doe ik een droogvoorbeeld op de kant

v      enzovoort

 

Zorg ervoor dat u alles inzet om uw lesdoel te bereiken!

 

 

Organisatie

 

 

Wanneer u een organisatievorm kiest moet die passen bij de doelstelling.

In de aanleerfase zal vaak een serievorm toepasselijker zijn dan een stroomvorm.

De zwemmers hebben dan vaak elke baan correctie nodig.

Tijdens de oefenfase (het inslijpen) kunnen we meer meters laten zwemmen van de slag.

Een stroomvorm is dan wellicht geschikter.

 

 

Onderwijsleermiddelen

 

De onderwijsleermiddelen zijn alle middelen die we in kunnen zetten bij het verbeten van de rugcrawl.

 

v      Videobeelden

v      Foto’s

v      Mediakaarten

v      Filmbeelden

v      Onderwatervideobeelden

v      Techniek checklist

 

 

Techniekfout

Oefening

1.        Steekt niet met pink in

1.        Draai de arm boven schouder 3x om de lengte-as

2.        

2.        

3.        

3.        

4.        

4.        

5.        

5.        

 

Probeer bij het maken van je training zorgvuldig te zijn met de keuze van je oefenstof.

De oefenstof is geen doel op zich, het moet een bijdrage leveren aan de realisatie van je doelstelling.

En uiteindelijk aan  de realisering van de ideale bewegingsuitvoering.

 

Het hierop volgende verhaal is gemaakt door Mark Faber, trainer van DWK.

Het geeft duidelijk aan wanneer in de ontwikkeling welke techniekonderdelen aangeleerd zouden moeten worden.

Het verhaal van Erik Pardon geeft methoden weer om fouten te analyseren.

Aan u is het de eer om daar aan de hand van deze verhalen de juiste techniekoefeningen te kiezen. Ik zal u daar tijdens de praktijksessie behulpzaam bij zijn.

 

 

Succes.

 

Roald van der Vliet